De invloed van compost op de bodembiodiversiteit en het bodemleven

De laatste tien jaar heeft de wetenschap enorm ingezet op het onderzoek naar micro-organismen onder het aardoppervlak. Een belangrijk recent trefpunt was het vierdaagse online Global Symposium on Soil Biodiversity georganiseerd door de Verenigde Naties. Ruim 300 wetenschappers en beleidsmakers en meer dan 7.500 deelnemers uit meer dan 100 landen namen deel. Wij zetten de belangrijkste punten voor jou op een rijtje: 

1. Bodemleven, meer dan mollen en regenwormen 

Wie denkt dat de bodem een steriele omgeving is, is eraan voor de moeite. Onder onze aardkorst bevindt zich namelijk een zéér uitgebreid, divers én onontbeerlijk netwerk aan organismen. Maar liefst 25 % van de soorten op aarde, bevindt zich in de bodem. Dit bodemleven is bovendien zeer divers. Het varieert van mollen, over regenwormen, springstaarten, mijten en nematoden naar bacteriën, schimmels en actinomyceten. Elk van deze niveaus heeft zijn eigen belangrijke plaats en functie in het zeer complexe ondergrondse bodemvoedselweb.

2. Het belang van een divers bodemleven

Het feit dat het merendeel van het leven dat zich onder het aardoppervlak afspeelt, onzichtbaar is voor het menselijk oog, doet niet af aan het belang van dit bodemleven. Er is namelijk een zeer sterke interactie tussen de bodembiodiversiteit en de biodiversiteit op en/of boven het aardoppervlak. Is de biodiversiteit laag in de bodem? Dan mag je een lagere bovengrondse diversiteit verwachten, wat op zijn beurt negatieve effecten heeft voor organismen hoger in het voedselweb.

Bovendien brengt een goed bodemleven, met de vele interacties met ander (bodem)leven, verschillende voordelen met zich mee. Zo zorgt een rijk bodemleven voor een goede bodemkwaliteit door de koolstof in de bodem vast te houden, door compactie en erosie tegen te gaan of door de mogelijkheid om contaminaties met bijvoorbeeld zware metalen af te breken. Het diverse bodemleven biedt verschillende ecosysteemdiensten, die vaak verder gaan dan de planten (en dieren) die rechtstreeks gebruik maken van diezelfde bodem. Ook voor de mens biedt het bodemleven vele voordelen. Er kunnen verschillende verbanden gelegd worden met de duurzame ontwikkelingsdoelen.

Invloed van compost op bodemleven

De compostproef in Boutersem ligt ondertussen al bijna 25 jaar aan.
De compostproef in Boutersem ligt ondertussen al bijna 25 jaar aan.

In Boutersem voert de Bodemkundige Dienst van België met steun van Vlaco, EcoWerf en de provincie Vlaams-Brabant, een meerjarige veldproef uit waarbij de effecten van de toediening van compost op de bodemfysische, -chemische en -biologische eigenschappen opgevolgd worden. Uit de eerste bodembiologische metingen, waarbij de microbiële biomassa als indicator voor het bodemleven dient, volgen alvast enkele interessante observaties:

  • Onbemeste maar begroeide landbouwgrond kent een hogere microbiële biomassa in de bodem dan onbemeste en onbegroeide landbouwgrond. Een minder biodiverse samenstelling bovengronds (in dit geval onbegroeide landbouwgrond) leidt tot een minder divers bodemleven en vice versa. 
  • Minerale bemesting leidt tot een hogere microbiële biomassa dan onbemeste landbouwgrond, maar tot een lagere biomassa ten opzichte van de compostbehandelingen.
  • Een hogere dosis compost leidt tot een hogere toename van de microbiële biomassa in de bodem. 

Daarnaast bleek ook dat het macroscopisch bodemleven baat heeft bij compostgebruik. Uit hetzelfde onderzoek bleek namelijk dat de hoeveelheid regenwormen in de bodem toenam na de toediening van groencompost. De hoogste dosis compost zorgde voor de grootste regenwormdensiteit.

Onderzoek naar de toediening van gft-compost bij ontgonnen mijngrond in Almería (Spanje), toonde aan dat de reeds aanwezige micro-organismen, eigen aan de mijngrond, versterkt werden door de toediening van de compost. De toename in de microbiële biomassa in de bodem wordt voornamelijk toegeschreven aan de verbetering van de bodemeigenschappen ten gevolge van het gebruik van compost, terwijl het erg moeilijk blijkt om de toename in microbiële biomassa toe te kunnen wijzen aan de ‘extra’ micro-organismen in de compost zelf. Toch blijkt ook de toediening van bepaalde micro-organismen rechtstreeks in te werken op de inhibitie van bepaalde plantpathogenen, waardoor de toediening van micro-organismen – bijvoorbeeld uit compost of digestaat – wel rechtstreeks zou kunnen leiden tot een wijziging in de microbiële biomassa in de bodem. Deze micro-organismen nemen de rol van biostimulantia op. Tot slot blijkt ook de activiteit van deze micro-organismen in de bodem te verhogen na composttoediening. 
De boost in microbieel leven in de bodem ten gevolge van composttoediening heeft verschillende positieve effecten te hebben in de bodem, zowel voor de voedingsstoffenkringloop, als voor de weerstand tegen plantpathogenen en voor de bodemstructuur. Dit heeft op zijn beurt dan weer een positief effect op plantengroei, opbrengst en koolstofopslag. 

Vlaco gaat verder met het onderzoek 

Eind 2020 voerde Vlaco een reeks PLFA (phospholipid fatty acids)-metingen uit, in een onderzoek naar de microbiële biomassa van een 40-tal composten. De PLFA-methode steunt op de unieke samenstelling van de vetzuren in celmembranen van verschillende groepen organismen. Deze metingen maken het mogelijk een beeld te vormen van de totale microbiële biomassa (bacteriën, schimmels, actinomyceten,…) aanwezig in composten. De initiële resultaten van dit onderzoek wijzen op een zeer grote variatie in de hoeveelheid micro-organismen. Vlaco onderzoekt momenteel of deze hoeveelheden te linken zijn aan procesparameters tijdens de compostering, aan (verhoudingen van) ingangsmateriaal, …’